Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020

Onder 4.99 Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:359.

Zoals hiervoor al is uiteengezet in randnummer 4.121, gaat bij cessie van een kredietvordering door een bank aan een niet-bank, slechts de kredietvordering over op de niet-bank. De niet-bank wordt, anders dan bij contractsoverneming, geen partij bij de overeenkomst die is gesloten tussen de bank en de cliënt. Wegens het ontbreken van een contractuele rechtsverhouding tussen de cliënt en de niet-bank, gaan mijns inziens de zorgverplichtingen of zorgplichten die zijn gebaseerd op artikel 2 van de ABV, de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid ex art. 6:248 lid 1 BW dan wel art. 7:401 BW, welke bepalingen steeds betrekking hebben op (partijen met) een contractuele relatie, ook niet mee over bij overdracht van (slechts) de kredietvordering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4486d77fabdffcdd6959f743b2d68db05b7cc84dc1625d09be6e09a53a957dad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4486d77fabdffcdd6959f743b2d68db05b7cc84dc1625d09be6e09a53a957dad, en de alinea staat in dat document op bytes 225166 tot 225979.