Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020

Onder 4.99 Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:359.

4.161 Wat betekent dit nu voor de overdraagbaarheid van de kredietvordering? Bezien vanuit de (bijzondere) zorgplicht kan mijns inziens niet gezegd worden dat de inhoud van de kredietvordering wijzigt door de wijziging van schuldeiser dan wel dat de kredietvordering zo sterk verbonden is aan de bank als schuldeiser dat dit de vordering naar haar aard onoverdraagbaar maakt aan een niet-bank. De niet-bank is immers gebonden aan open normen, die mede ingekleurd worden door het feit dat de niet-bank een vordering overgedragen heeft gekregen van een bank die onderworpen is aan een (bijzondere) bancaire zorgplicht. Deze (bijzondere) bancaire zorgplicht heeft echter bij (eenvoudige) kredietverlening aan een zakelijke cliënt niet veel om het lijf, waardoor de (zakelijke) cliënt in een geval als het onderhavige (verlening van een eenvoudig financieel product; een krediet) weinig bescherming zal genieten op grond van deze zorgplicht. Voorstelbaar is dat deze (zakelijke) cliënt vergelijkbare bescherming geniet bij toepassing van de open norm van art. 6:2 BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4486d77fabdffcdd6959f743b2d68db05b7cc84dc1625d09be6e09a53a957dad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4486d77fabdffcdd6959f743b2d68db05b7cc84dc1625d09be6e09a53a957dad, en de alinea staat in dat document op bytes 256571 tot 257651.