Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020

Onder 4.99 Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:359.

4.163 Gelet op de wezenlijke verschillen tussen de casus die zich voordeed in Staat/Appels en de onderhavige, kan mijns inziens uit Staat/Appels echter niet de conclusie worden getrokken dat ook in dit geval de kredietvordering van de bank op een cliënt onoverdraagbaar is, indien deze wordt overgedragen aan een niet-bank. De kredietvordering is in dit geval niet zozeer gebonden aan de persoon van de bank als crediteur dat de rechten en bevoegdheden uit het krediet slechts door de bank kunnen worden uitgeoefend. Ook verandert de inhoud van de kredietvordering niet doordat de schuldeiser niet langer een bank is maar een niet-bank. De publiekrechtelijke positie van de bank en die van de niet-bank verschillen immers niet wezenlijk van elkaar en op de niet-bank rust in feite – via de open normen die op haar rusten (waaronder art. 6:2 BW) – ook een zekere zorgplicht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4486d77fabdffcdd6959f743b2d68db05b7cc84dc1625d09be6e09a53a957dad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4486d77fabdffcdd6959f743b2d68db05b7cc84dc1625d09be6e09a53a957dad, en de alinea staat in dat document op bytes 258983 tot 259944.