Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020

Onder 5.2 Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:359.

De eerste prejudiciële vraag dient mijns inziens negatief te worden beantwoord. De aard van het vorderingsrecht van een bank op een cliënt verzet zich niet tegen overdracht aan een niet-bank, anders gezegd, het vorderingsrecht van de bank op een cliënt is niet vanwege zijn aard onoverdraagbaar in de zin van art. 3:83 lid 1 BW, indien wordt beoogd de vordering over te dragen aan een niet-bank.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4486d77fabdffcdd6959f743b2d68db05b7cc84dc1625d09be6e09a53a957dad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4486d77fabdffcdd6959f743b2d68db05b7cc84dc1625d09be6e09a53a957dad, en de alinea staat in dat document op bytes 279268 tot 279717.