Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020

Onder 4.12 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:360.

Als zich voordoet dat een rechter-plaatsvervanger toch een functie uitoefent die in art. 44 Wrra niet is toegestaan, heeft dat geen consequenties voor de rechterlijke beslissing die de betrokken plaatsvervanger heeft (mee)gewezen. Dit is af te leiden uit een uitspraak van de strafkamer van de Hoge Raad uit 2019. In die zaak was door de verdediging aangevoerd dat een van de rechters die in eerste aanleg over de zaak had beslist, op dat moment tevens stond ingeschreven als advocaat. Dat is in strijd met art. 44 Wrra (oud), waarin in lid 1 was (en is) neergelegd dat een rechterlijk ambtenaar niet tevens advocaat kan zijn. De Hoge Raad overwoog het volgende:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/844406bb604d6ae1524e8955e620eb0bf7d80d9c28c76d1e3d777d1be55ae014. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 844406bb604d6ae1524e8955e620eb0bf7d80d9c28c76d1e3d777d1be55ae014, en de alinea staat in dat document op bytes 36851 tot 37590.