Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020

Onder 4.18 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:360.

In een arrest van de strafkamer van de Hoge Raad uit 1999 ging het om de vraag of het aanvaardbaar was dat een officier van justitie, tevens rechter-plaatsvervanger, in een bepaalde zaak optrad als rechter-plaatsvervanger, mede in aanmerking genomen dat het parket waarbij hij werkzaam was, hetzelfde parket was waar de officier van justitie werkte die in de zaak betrokken was bij het onderzoek en/of de vervolging van verdachte. De Hoge Raad oordeelde dat deze omstandigheid betekent dat de betrokken rechter-plaatsvervanger niet als een onpartijdige rechter in de zin van art. 6 EVRM kon worden beschouwd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/844406bb604d6ae1524e8955e620eb0bf7d80d9c28c76d1e3d777d1be55ae014. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 844406bb604d6ae1524e8955e620eb0bf7d80d9c28c76d1e3d777d1be55ae014, en de alinea staat in dat document op bytes 43273 tot 43958.