Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020

Onder 4.24 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:360.

Ook volgens het EHRM is de inzet van rechters-plaatsvervangers op zichzelf niet in strijd met de vereisten van art. 6 EVRM. Wel kan in een specifiek geval het optreden van een bepaalde rechter-plaatsvervanger strijd met art. 6 EVRM opleveren. Daarbij kan in het bijzonder aan de orde zijn of sprake is van subjectieve onpartijdigheid (“ that is on the basis of the personal conviction of a particular judge in a given case ”), of objectieve onpartijdigheid van de rechter-plaatsvervanger (“ and also according to an objective test whether the judge offered guarantees sufficient to exclude any legitimate doubt in this respect” ).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/844406bb604d6ae1524e8955e620eb0bf7d80d9c28c76d1e3d777d1be55ae014. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 844406bb604d6ae1524e8955e620eb0bf7d80d9c28c76d1e3d777d1be55ae014, en de alinea staat in dat document op bytes 48196 tot 49111.