Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020

Onder 4.25 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:360.

In de zaak Wettstein ging het over een rechterlijke uitspraak die gewezen was door onder meer een rechter-plaatsvervanger, die tegelijkertijd het beroep van advocaat uitoefende. Deels gedurende de periode dat de betrokken zaak bij de rechter aanhangig was, trad deze rechter-plaatsvervanger ook op als gemachtigde van een wederpartij van klager in een andere zaak. Bovendien deelde de rechter-plaatsvervanger als advocaat kantoorruimte met een advocaat die in een ander rechtsgeding tegenover klager had gestaan. Onder deze omstandigheden was het EHRM van oordeel dat de vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/844406bb604d6ae1524e8955e620eb0bf7d80d9c28c76d1e3d777d1be55ae014. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 844406bb604d6ae1524e8955e620eb0bf7d80d9c28c76d1e3d777d1be55ae014, en de alinea staat in dat document op bytes 49191 tot 49929.