Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020

Onder 4.26 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:360.

In de zaak Steck-Risch werd geklaagd over de schijn van rechterlijke partijdigheid in een zaak waarbij een plaatsvervangend rechter bij het Constitutionele Hof moest beslissen over een uitspraak van een andere rechter, terwijl die rechter en de plaatsvervangend rechter beiden verbonden waren aan hetzelfde advocatenkantoor. Het hof was van oordeel dat geen sprake was van de schijn van partijdigheid, vanwege de afwezigheid van enige vorm van afhankelijkheid tussen de beide rechters (tevens advocaten), zij het beroepsmatig, financieel of hiërarchisch. Verder werd meegewogen dat er in het land Lichtenstein alleen parttime-rechters zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/844406bb604d6ae1524e8955e620eb0bf7d80d9c28c76d1e3d777d1be55ae014. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 844406bb604d6ae1524e8955e620eb0bf7d80d9c28c76d1e3d777d1be55ae014, en de alinea staat in dat document op bytes 50009 tot 50762.