Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020
Onder 4.31 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:360.
Zoals gezegd was het uitgangspunt ooit dat plaatsvervangers alleen incidenteel worden ingezet, namelijk bij ziekte of verhindering van een vaste rechter. In de jaren zeventig is dit karakter van de plaatsvervanger als incidentele invaller drastisch veranderd, schrijft ‘t Hart. In die tijd zijn op grote schaal plaatsvervangers benoemd en ingezet, vanwege de toen sterk stijgende werklast van de gerechten. Volgens ’t Hart waren er in 2000 ongeveer twee keer zoveel plaatsvervangers als beroepsrechters, waarvan ongeveer de helft advocaat was. De reden voor deze grootschalige inzet van plaatsvervangers is vooral praktisch geweest: zonder plaatsvervangers was het niet mogelijk de meervoudige kamers te bezetten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/844406bb604d6ae1524e8955e620eb0bf7d80d9c28c76d1e3d777d1be55ae014. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 844406bb604d6ae1524e8955e620eb0bf7d80d9c28c76d1e3d777d1be55ae014, en de alinea staat in dat document op bytes 52910 tot 53769.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/844406bb604d6ae1524e8955e620eb0bf7d80d9c28c76d1e3d777d1be55ae014 | shasum -a 256