Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020
Onder 5.6 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:360.
Uitgaande van deze lezing, zo wordt bij de rechtsklacht van subonderdeel a aangevoerd (procesinleiding onder 24; s.t. onder 76.), heeft het hof blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Dit omdat het hof heeft miskend dat een hypothetische gevalsvergelijking moet worden gemaakt met de situatie waarin ‘de rechteloze opzegging en de feiten en omstandigheden die daartoe volgens het hof Arnhem-Leeuwarden hebben geleid’ (als vastgesteld in rov. 5.6 en 5.7 van de beschikking van dat hof) zich helemaal niet zou hebben voorgedaan (en dus moeten worden weggedacht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/844406bb604d6ae1524e8955e620eb0bf7d80d9c28c76d1e3d777d1be55ae014. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 844406bb604d6ae1524e8955e620eb0bf7d80d9c28c76d1e3d777d1be55ae014, en de alinea staat in dat document op bytes 108059 tot 108716.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/844406bb604d6ae1524e8955e620eb0bf7d80d9c28c76d1e3d777d1be55ae014 | shasum -a 256