Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020

Onder 5.19 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:360.

Bij het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding moet vervolgens worden beoordeeld of rekening moet worden gehouden met het inkomen dat de werknemer zou hebben genoten als de opzegging zou zijn vernietigd. Afhankelijk van de mate waarin de werkgever van de grond voor de vernietigbaarheid van de opzegging een verwijt valt te maken, kan de billijke vergoeding worden verhoogd (of misschien onder omstandigheden ook verlaagd), zo blijkt uit de New Hairstyle I-beschikking (zie hierboven onder 5.12, onder b). Met andere woorden: het gemiste loon over de periode vanaf de opzegging tot de hypothetische ontbinding (de a-factor) kan worden verhoogd naar de mate waarin de werkgever van de grond voor de vernietigbaarheid van de opzegging een verwijt valt te maken (de b-factor). De billijke vergoeding kan daardoor hoger zijn dan de loonschade die de werknemer feitelijk heeft geleden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/844406bb604d6ae1524e8955e620eb0bf7d80d9c28c76d1e3d777d1be55ae014. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 844406bb604d6ae1524e8955e620eb0bf7d80d9c28c76d1e3d777d1be55ae014, en de alinea staat in dat document op bytes 126459 tot 127397.