Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020

Onder 3.25 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:369.

Om een aantal redenen ben ik zelf niet overtuigd van de noodzaak en wenselijkheid om de gronden van art. 80 lid 1 RO uit te breiden tot schending van het recht in het algemeen. Tegen een ‘onjuiste’ maar niet-appellabele beslissing van een kantonrechter kan cassatie in het belang der wet worden ingesteld (art. 78 lid 1 RO). Dat biedt geen rechtsbescherming, maar kan wel bijdragen aan de rechtsvorming en de rechtseenheid. Zwaarwegend acht ik verder dat de kantonrechter tegenwoordig, op verzoek van partijen of ambtshalve, prejudiciële vragen aan de Hoge Raad kan stellen (art. 392 Rv). Langs die weg kunnen (belangrijke) rechtsvragen aan de Hoge Raad worden voorgelegd. Aan het genoemde bezwaar dat met de huidige beperkte cassatiegronden ‘onjuiste’ beslissingen van kantonrechters noodgedwongen in stand blijven til ik niet al te zwaar. Het komt wel vaker voor dat ‘onjuiste’ beslissingen kracht van gewijsde krijgen, simpelweg omdat de gerede partij om haar moverende redenen afziet van het instellen van een rechtsmiddel. Is dat zo erg? Het komt ook voor dat in een cassatieberoep tegen een hofuitspraak het middel geen klacht richt tegen een beslissing die objectief gezien aanvechtbaar is, kennelijk omdat eiser c.q. verzoeker het niet opportuun vond dat te doen of het punt niet heeft gezien. Ook daar kan de Hoge Raad dan niets aan doen, gelet op het bepaalde in art. 419 lid 1 Rv.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a17c756e08e1e500783230330a44295b515bc1249513389cee731e87bb395226. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a17c756e08e1e500783230330a44295b515bc1249513389cee731e87bb395226, en de alinea staat in dat document op bytes 39894 tot 41312.