Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020
Onder 4.28 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:369.
Ingevolge art. 267 VWEU is de hoogste nationale rechter van de EU-lidstaten verplicht – de overige gerechten zijn bevoegd – om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof indien een vraag over de uitleg van Unierecht wordt opgeworpen. Hierop geldt een uitzondering wanneer de nationale rechter vaststelt dat de opgeworpen vraag niet relevant is voor de beslechting van het geschil of dat de betreffende bepaling van het Unierecht door het Hof reeds is uitgelegd (acte éclairé) of dat de juiste toepassing van het Unierecht zo voor de hand ligt dat redelijkerwijze geen ruimte voor twijfel kan bestaan (acte clair).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a17c756e08e1e500783230330a44295b515bc1249513389cee731e87bb395226. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a17c756e08e1e500783230330a44295b515bc1249513389cee731e87bb395226, en de alinea staat in dat document op bytes 87672 tot 88369.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a17c756e08e1e500783230330a44295b515bc1249513389cee731e87bb395226 | shasum -a 256