Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020

Onder 4.30 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:369.

Uit de bespreking van de voorafgaande subonderdelen volgt dat er in dit geval voor de kantonrechter geen noodzaak bestond tot het stellen van een prejudiciële vraag. Als gezegd heeft de kantonrechter de zaak beslist op, in de kern, gebrek aan door Ryanair te leveren bewijs, tegen de achtergrond van de eisen die de aangehaalde Europese rechtspraak, in het bijzonder de aangehaalde arresten Wallentin-Hermann en Krüsemann daaraan stelt. Ik verwijs nogmaals naar rov. 4.8 en 4.9 van de bestreden beschikking en naar hetgeen ik hiervoor in 4.9 heb opgemerkt. De kantonrechter heeft de zaak niet beslist op grond van een bepaalde rechtsopvatting omtrent het begrip ‘buitengewone omstandigheid’ in de context van een staking van eigen personeel. De kantonrechter was daarom niet gehouden om prejudiciële vragen aan het Hof te stellen teneinde dit geschil te kunnen beslechten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a17c756e08e1e500783230330a44295b515bc1249513389cee731e87bb395226. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a17c756e08e1e500783230330a44295b515bc1249513389cee731e87bb395226, en de alinea staat in dat document op bytes 89910 tot 90876.