Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020

Onder 3.14 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:369.

Meer in het bijzonder moet op het volgende worden gewezen. De in art. 80 lid 1 RO onder (a) en (b) genoemde gronden raken fundamentele rechtsbeginselen met betrekking tot rechterlijke uitspraken, te weten de motiveringsplicht en de openbaarheid van de uitspraak. Zij werden bij het ontstaan van de Wet RO en ook thans beschouwd als essentiële vormen van de uitspraak zelf, op naleving waarvan de Hoge Raad diende en dient toe te zien. Aan de beperking van de fundamentele beginselen van procesrecht tot deze vormen kan echter thans geen betekenis meer worden gehecht in het licht van de ontwikkelingen gedurende met name de laatste decennia op het gebied van de fundamentele beginselen van procesrecht onder invloed van art. 6 EVRM en de daarop gevormde rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens en de Hoge Raad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a17c756e08e1e500783230330a44295b515bc1249513389cee731e87bb395226. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a17c756e08e1e500783230330a44295b515bc1249513389cee731e87bb395226, en de alinea staat in dat document op bytes 27938 tot 28783.