Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020
Onder 3.15 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:369.
“dat slechts, indien bij de voorbereiding van een rechterlijke beslissing zo fundamentele rechtsbeginselen zijn veronachtzaamd dat van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak niet meer kan worden gesproken, en tegen die beslissing geen rechtsmiddel openstaat en heeft opengestaan, de Staat ter zake van de schending van het in art. 6 van het Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden gewaarborgde recht voor de daaruit voortvloeiende schade aansprakelijk zou kunnen worden gesteld.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a17c756e08e1e500783230330a44295b515bc1249513389cee731e87bb395226. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a17c756e08e1e500783230330a44295b515bc1249513389cee731e87bb395226, en de alinea staat in dat document op bytes 29952 tot 30511.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a17c756e08e1e500783230330a44295b515bc1249513389cee731e87bb395226 | shasum -a 256