Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2020

Alinea 106 Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:38.

14. DDe eerste deelklacht houdt in dat het oordeel van het hof dat onaannemelijk is dat sprake is van betalingen vanwege een “ereschuld” van de verdachte jegens [betrokkene 1] , mede gelet op het namens de verdachte in hoger beroep naar voren is gebracht, onbegrijpelijk is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efbdee511ecca571dad966d8557f8ba1cfa3c3848ff2f9a2550e9af99acff274. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efbdee511ecca571dad966d8557f8ba1cfa3c3848ff2f9a2550e9af99acff274, en de alinea staat in dat document op bytes 35809 tot 36100.