Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2020
Alinea 108 Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:38.
16. Het oordeel kan die toetsing doorstaan. Het hof heeft uit de tot het bewijs gebezigde mailwisseling tussen [betrokkene 1] en [verdachte] van november 2010 kunnen afleiden dat zij toen reeds contact hadden over het verdelen van de betalingen van de “Groningers”. Het hof heeft daarbij mede betrokken dat de verdachte onder meer heeft verklaard dat hij in het kader van de “ereschuld” nooit met [betrokkene 1] over concrete bedragen heeft gesproken, dat het initiatief tot betalen bij hem lag en dat zij geen aflossingsschema hadden afgesproken. In het licht van de in paragraaf 7.3.2 van het bestreden arrest weergegeven verklaringen van de verdachte en [betrokkene 1] over de hoogte van de ereschuld en de reden van de betalingen is het oordeel van het hof dat zij daarover wisselend hebben verklaard niet onbegrijpelijk. Daarbij komt dat het hof erop heeft gewezen dat [betrokkene 1] pas na zijn invrijheidstelling – en nadat hij kennis had kunnen nemen van de verklaringen van de verdachte – heeft verklaard dat de betalingen betrekking zouden hebben op een “ereschuld”.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efbdee511ecca571dad966d8557f8ba1cfa3c3848ff2f9a2550e9af99acff274. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efbdee511ecca571dad966d8557f8ba1cfa3c3848ff2f9a2550e9af99acff274, en de alinea staat in dat document op bytes 36528 tot 37635.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/efbdee511ecca571dad966d8557f8ba1cfa3c3848ff2f9a2550e9af99acff274 | shasum -a 256