Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2020

Alinea 109 Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:38.

17. Aan zijn oordeel dat het ontbreekt aan objectieve ondersteuning voor het bestaan van die ereschuld heeft het hof ten grondslag gelegd dat van de beweerde ereschuld niets schriftelijk is vastgelegd, dat getuigen die hierover zijn gehoord hebben verklaard niets te weten over het bestaan van een ereschuld tussen de verdachte en [betrokkene 1] en dat medewerkers van het accountantskantoor pas na de aanhouding van [betrokkene 1] voor het eerst over het bestaan van de ereschuld hebben gehoord. Gelet hierop komt het oordeel van het hof mij niet onbegrijpelijk voor, ook niet in het licht van hetgeen namens de verdachte is aangevoerd. Voor het overige stuit de klacht af op de selectie- en waarderingsvrijheid van het hof.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efbdee511ecca571dad966d8557f8ba1cfa3c3848ff2f9a2550e9af99acff274. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efbdee511ecca571dad966d8557f8ba1cfa3c3848ff2f9a2550e9af99acff274, en de alinea staat in dat document op bytes 37647 tot 38386.