Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2020

Alinea 263 Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:38.

[betrokkene 1] heeft verklaard dat hij in het vierde kwartaal van 2010 wist dat [verdachte] afspraken had gemaakt met andere externen en betalingen van hen ontving. Ook vond er een aantal verrekeningen plaats met andere mensen, waaronder [medeverdachte 1] . [betrokkene 1] vermoedt dat [verdachte] hem op de hoogte heeft gebracht van de omstandigheid dat ook [betrokkene 6] betalingen ontving. Hij heeft met [verdachte] afgesproken dat [verdachte] een deel van de door hem ontvangen betalingen aan hem doorbetaalde, zijnde de helft van wat [verdachte] overhield na verrekeningen. Die betalingen zijn via [F] verlopen. Alle betaalde facturen zijn verwerkt in de administratie van [E] . [betrokkene 1] heeft de betalingen niet gemeld bij SNS.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efbdee511ecca571dad966d8557f8ba1cfa3c3848ff2f9a2550e9af99acff274. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efbdee511ecca571dad966d8557f8ba1cfa3c3848ff2f9a2550e9af99acff274, en de alinea staat in dat document op bytes 75856 tot 76645.