Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2020

Alinea 316 Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:38.

[medeverdachte 5] verklaart dat [medeverdachte 4] op enig moment mensen heeft aangebracht bij [verdachte] . In een gesprek met [medeverdachte 1] heeft [medeverdachte 4] onderhandeld en een korting gekregen van € 15,- per door [betrokkene 3] en [betrokkene 2] gewerkt uur. Deze korting heeft [medeverdachte 4] met [medeverdachte 5] gedeeld. In eerste instantie zou de fee worden verrekend met de fee die werd betaald. Op verzoek van [medeverdachte 1] is deze fee toch gefactureerd. De facturering van deze fee deed [medeverdachte 5] via [medeverdachte 6] De facturen werden door [medeverdachte 5] verwerkt in de administratie van [medeverdachte 6] [medeverdachte 5] wist hoeveel er gefactureerd moest worden, omdat [verdachte] de uren van [betrokkene 3] en [betrokkene 2] aan hem doorstuurde. De facturen maakte [medeverdachte 5] thuis in [plaats] op of bij zijn ouders in [plaats] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efbdee511ecca571dad966d8557f8ba1cfa3c3848ff2f9a2550e9af99acff274. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efbdee511ecca571dad966d8557f8ba1cfa3c3848ff2f9a2550e9af99acff274, en de alinea staat in dat document op bytes 94483 tot 95416.