Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2020
Alinea 329 Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:38.
Tenslotte dient bij [verdachte] de vraag beantwoord te worden of de betalingen van dien aard waren of onder zodanige omstandigheden zijn gedaan, dat [verdachte] redelijkerwijs moest aannemen dat [betrokkene 1] deze betalingen in strijd met de goede trouw zou verzwijgen tegenover SNSPF. Alleen al het feit dat in de overeenkomst tussen SNSPF en [verdachte] niets is vermeld over een provisie aan [betrokkene 1] is daarvoor een aanwijzing. Voorts is de omschrijving van de provisie op de facturen niet voor de hand liggend en zelfs vals. Hoewel die facturen niet werden gebruikt ten opzichte van SNSPF, is dit een aanwijzing dat men bij ontdekking van de geldstromen een alternatieve verklaring wilde geven. In het feit dat [verdachte] aan de personen die aan hem betaalden heeft gemeld dat zij – ondanks andersluidende instructies van SNSPF – de facturen via hem moesten blijven inleveren vindt het hof een bevestiging dat hij er ook daadwerkelijk vanuit ging dat SNSPF niet op de hoogte was. Anders zou het immers evenzeer mogelijk zijn geweest voor hem of [betrokkene 1] om de gewerkte uren via SNSPF te achterhalen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efbdee511ecca571dad966d8557f8ba1cfa3c3848ff2f9a2550e9af99acff274. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efbdee511ecca571dad966d8557f8ba1cfa3c3848ff2f9a2550e9af99acff274, en de alinea staat in dat document op bytes 99092 tot 100228.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/efbdee511ecca571dad966d8557f8ba1cfa3c3848ff2f9a2550e9af99acff274 | shasum -a 256