Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2020

Alinea 374 Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:38.

57. In dat kader is van belang dat [verdachte] heeft verklaard dat er nooit werkzaamheden van [betrokkene 1] zijn geweest die betrekking hebben op de periode van de facturen. De omschrijving op de facturen van [betrokkene 1] aan [verdachte] , te weten “honorering advisering” klopt volgens [verdachte] niet. Ook de omschrijving van de facturen die aan [medeverdachte 5] waren gericht, had volgens [verdachte] anders moeten zijn, te weten “bemiddelingsfee”. het hof heeft voorts overwogen dat met de omschrijvingen de werkelijke aard van de betaalstroom is verhuld. Daarmee heeft het hof als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat de facturen opzettelijk valselijk zijn opgemaakt teneinde de werkelijke aard van de geldstromen tussen (de vennootschappen van) de verdachte en de medeverdachten te verhullen. Dat vindt bevestiging in de overweging van het hof dat het in de valse omschrijvingen een aanwijzing ziet dat de betrokkenen bij ontdekking van deze geldstromen een alternatieve verklaring hebben willen geven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efbdee511ecca571dad966d8557f8ba1cfa3c3848ff2f9a2550e9af99acff274. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efbdee511ecca571dad966d8557f8ba1cfa3c3848ff2f9a2550e9af99acff274, en de alinea staat in dat document op bytes 117696 tot 118735.