Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2020

Alinea 375 Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:38.

58. Het oordeel van het hof dat de verdachte ten tijde van het opmaken van de facturen respectievelijk het voorhanden hebben daarvan wetenschap had van de aard van de betalingen waarop de facturen in werkelijkheid betrekking hadden en hij daarmee ten minste voorwaardelijk opzet had op de valsheid hiervan, is in het licht van de hiervoor weergegeven vaststellingen van het hof niet onbegrijpelijk. Tot een nadere motivering was het hof niet gehouden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efbdee511ecca571dad966d8557f8ba1cfa3c3848ff2f9a2550e9af99acff274. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efbdee511ecca571dad966d8557f8ba1cfa3c3848ff2f9a2550e9af99acff274, en de alinea staat in dat document op bytes 118747 tot 119211.