Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2020
Alinea 70 Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:38.
Allereerst is het al opmerkelijk dat [verdachte] in verband met [B] stelt een ereschuld aan [betrokkene 1] te hebben. Zowel [verdachte] als [betrokkene 1] bezaten al snel na de kapitaaluitbreiding bij [B] slechts een zeer gering aandeel in het kapitaal van [B] . Door een derde zou in totaal (in tranches) ongeveer 17 miljoen euro aan kapitaal zijn ingebracht. Er is slechts één provisienota van [betrokkene 1] (dan wel één zijner vennootschappen) voor het aantrekken van kapitaal aangetroffen en die was gericht aan [B] . Het is het hof niet duidelijk waarom [verdachte] (of zelfs een aan hem gelieerde vennootschap) gehouden zou zijn uit eigen zak de provisie aan [betrokkene 1] (laat staan aan een aan [betrokkene 1] gelieerde vennootschap die niets met de kapitaalbemiddeling te maken had) te betalen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efbdee511ecca571dad966d8557f8ba1cfa3c3848ff2f9a2550e9af99acff274. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efbdee511ecca571dad966d8557f8ba1cfa3c3848ff2f9a2550e9af99acff274, en de alinea staat in dat document op bytes 22921 tot 23744.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/efbdee511ecca571dad966d8557f8ba1cfa3c3848ff2f9a2550e9af99acff274 | shasum -a 256