Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2020

Alinea 73 Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:38.

Gelet op het feit dat [betrokkene 1] en [verdachte] in november 2010 reeds samen bespraken hoe de betalingen van de “Groningers” moesten worden verdeeld, de wisselende verklaringen over de hoogte van de ereschuld en het ontbreken van ook maar enige objectieve ondersteuning voor het bestaan van die ereschuld, is het hof van oordeel dat een begin van aannemelijkheid voor het bestaan van een ereschuld niet is aangetroffen. Het hiertoe strekkende verweer wordt daarom verworpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efbdee511ecca571dad966d8557f8ba1cfa3c3848ff2f9a2550e9af99acff274. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efbdee511ecca571dad966d8557f8ba1cfa3c3848ff2f9a2550e9af99acff274, en de alinea staat in dat document op bytes 24843 tot 25339.