Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2020

Alinea 74 Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:38.

Daarbij komt - ten overvloede - het volgende: indien er al sprake zou zijn van een ereschuld, dan staat dat nog niet in de weg aan het oordeel dat de door [verdachte] aan [betrokkene 1] verrichte betalingen door [betrokkene 1] zijn aangenomen “naar aanleiding van hetgeen hij in strijd met zijn plicht in zijn betrekking of bij de uitvoering van zijn last heeft gedaan of nagelaten dan wel zal doen of nalaten” In dit verband is het van belang dat er een duidelijke relatie is tussen het aantal uren dat een externe voor SNSPF werkt en het bedrag dat [betrokkene 1] ontvangt. De bewering van [betrokkene 1] dat hij aan [verdachte] overliet wat hij (zogenaamd ter delging van de ereschuld) aan [verdachte] kon factureren, is volstrekt ongeloofwaardig gezien de hierboven aangehaalde emailwisseling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efbdee511ecca571dad966d8557f8ba1cfa3c3848ff2f9a2550e9af99acff274. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efbdee511ecca571dad966d8557f8ba1cfa3c3848ff2f9a2550e9af99acff274, en de alinea staat in dat document op bytes 25349 tot 26164.