Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 april 2020
Onder 2.28 Parket bij de Hoge Raad 17 april 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:384.
Ik zie geen aanleiding om te veronderstellen dat het hof in de hier bestreden volzin een andere maatstaf heeft willen toepassen dan die, welke het hof heeft beschreven in de slotzin van diezelfde overweging 2.7. Het hof heeft, zoals gezegd, in rov. 2.6 de gebruikskenmerken beschreven en de gevolgtrekking gemaakt dat door de beschreven constructie een kinderstoel ontstaat die veilig, deugdelijk en comfortabel is en in ergonomisch en pedagogisch opzicht verantwoord voor zijn functie als kinderstoel. In rov. 2.7 ziet het hof de vorm van de stoel en met name de toepassing van schuine staanders en de cursieve L-vorm van de staanders en liggers als de elementen die deze stoel zo geschikt maken voor deze functie. Onder verwijzing naar voormelde uitspraak van het HvJ EU verwerpt het hof in rov. 2.7 uitdrukkelijk het standpunt van Stokke c.s. dat de toepassing van deze weigerings- en nietigheidsgrond (‘de aard van de waren’) beperkt zou zijn tot de vormen die voor de functie van de waar onontbeerlijk zijn. Dat oordeel sluit aan bij de (ruime) opvatting in het arrest van het HvJEU en geeft als zodanig niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a4f0defa46125c06980b2d0b2fe55d84c3cff8ca587e451a298d635855a45ea5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a4f0defa46125c06980b2d0b2fe55d84c3cff8ca587e451a298d635855a45ea5, en de alinea staat in dat document op bytes 58996 tot 60236.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a4f0defa46125c06980b2d0b2fe55d84c3cff8ca587e451a298d635855a45ea5 | shasum -a 256