Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 april 2020

Onder 1.8 Parket bij de Hoge Raad 17 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:384.

- De Hoge Raad heeft met betrekking tot de weigeringsgrond van art. 3 lid 1 sub e (i) aan het HvJEU de vraag voorgelegd of deze grond voor weigering van de inschrijving alleen aanwezig is als het gaat om een vorm die voor de functie van de waar onontbeerlijk is of dat daarvan reeds sprake is bij aanwezigheid van een of meer wezenlijke gebruikskenmerken van een waar waarnaar de consument mogelijkerwijs in de waren van concurrenten zoekt. Het HvJEU heeft deze vraag aldus begrepen dat de Hoge Raad wenst te vernemen of bedoelde bepaling zo moet worden uitgelegd dat de daarin vastgestelde weigeringsgrond enkel van toepassing kan zijn op een teken dat uitsluitend bestaat uit een vorm die voor de functie van de waar onontbeerlijk is, of ook op een teken dat uitsluitend bestaat uit een vorm waarbij één of meer wezenlijke gebruikselementen van deze waar aanwezig zijn waarnaar de consument mogelijkerwijs in de waren van concurrenten zoekt (rov. 2.3).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a4f0defa46125c06980b2d0b2fe55d84c3cff8ca587e451a298d635855a45ea5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a4f0defa46125c06980b2d0b2fe55d84c3cff8ca587e451a298d635855a45ea5, en de alinea staat in dat document op bytes 14024 tot 15028.