Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 april 2020

Onder 2.9 Parket bij de Hoge Raad 17 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:384.

Deze overwegingen maken duidelijk dat deze weigerings- en nietigheidsgrond (door de aard van de waar bepaalde vorm) ruim moet worden opgevat. De eerder in de procedure door Stokke c.s. bepleite ‘enge’ leer, welke inhield dat deze weigerings- en nietigheidsgrond slechts betrekking heeft op vormen waarvoor geen alternatieven bestaan, derhalve natuurlijke vormen (zoals de vorm van een citroen voor citroenen) en voorgeschreven vormen (zoals de vorm van een rugbybal voor rugbyballen), is daarmee van de baan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a4f0defa46125c06980b2d0b2fe55d84c3cff8ca587e451a298d635855a45ea5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a4f0defa46125c06980b2d0b2fe55d84c3cff8ca587e451a298d635855a45ea5, en de alinea staat in dat document op bytes 36109 tot 36832.