Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 april 2020

Onder 2.10 Parket bij de Hoge Raad 17 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:384.

In punt 25 van het HvJEU-arrest van 18 september 2014 werd overwogen dat in beginsel de inschrijving moet worden geweigerd van vormen waarvan de wezenlijke kenmerken inherent zijn aan de generieke functie(s) van de betreffende waar. Met ‘wezenlijke’ kenmerken is bedoeld: de belangrijkste elementen daarvan (zie punt 21). In punt 27 en in de gegeven verklaring voor recht aan het slot van het arrest staat dat het gaat om een teken dat uitsluitend bestaat uit de vorm van een waar waarbij één of meerdere wezenlijke gebruikskenmerken aanwezig zijn die inherent zijn aan de generieke functie of functies van deze waar. De woorden ‘aanwezig zijn’ in (de Nederlandstalige versie van) dit dictum hebben aanleiding gegeven tot hernieuwd debat. Verscheidene auteurs gaan af op de bewoordingen van deze verklaring voor recht. Andere auteurs menen dat moet worden uitgegaan van een meer strikte norm en onderschrijven het betoog van A-G Szpunar in alinea 55 van zijn conclusie, dat deze weigerings- en nietigheidsgrond de inschrijving uitsluit van een vorm waarvan alle wezenlijke kenmerken worden bepaald door de aard van de waar (en zijn toe te schrijven aan de gebruiksfunctie die de betrokken waar vervult). Zo leidt Geerts uit het arrest van het HvJEU af als criterium, dat de inschrijving als merk van een vorm moet worden geweigerd indien deze enkel bestaat uit de kenmerken die gewoonlijk worden toegeschreven aan de betrokken waar:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a4f0defa46125c06980b2d0b2fe55d84c3cff8ca587e451a298d635855a45ea5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a4f0defa46125c06980b2d0b2fe55d84c3cff8ca587e451a298d635855a45ea5, en de alinea staat in dat document op bytes 37125 tot 38720.