Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 april 2020

Onder 2.11 Parket bij de Hoge Raad 17 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:384.

“Het element ‘waarbij een of meer kenmerken aanwezig zijn’ kan taalkundig slaan op een deel van de vorm, die dan verder nog bestaat uit andere elementen. Maar gelezen in samenhang met de overwegingen, ligt niet voor de hand dat het hof hiermee bedoelt dat een vorm die uit (aanzienlijk) méér bestaat dan zo’n functie-inherent kenmerk toch onder de uitsluiting zou vallen. Dat zou ook haaks staan op de overweging dat toevoeging van een ander element, zoals een niet-aardgerelateerd sier- of fantasie-element, het concurrentieprobleem oplost (want: geen overeenstemming). En waarom wordt een vorm die deels beantwoordt aan een technische functie en deels uit een onderscheidend, niet-functioneel element bestaat wel beschermd, terwijl een vorm buiten de boot zou vallen als deze deels een functie-inherent kenmerk heeft en deels een onderscheidend, niet aard- of functiegerelateerd bestanddeel bevat?”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a4f0defa46125c06980b2d0b2fe55d84c3cff8ca587e451a298d635855a45ea5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a4f0defa46125c06980b2d0b2fe55d84c3cff8ca587e451a298d635855a45ea5, en de alinea staat in dat document op bytes 39345 tot 40270.