Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 april 2020
Onder 2.18 Parket bij de Hoge Raad 17 april 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:384.
Wat betreft de gevolgen van deze uitspraak van het HvJEU zijn verscheidene commentatoren nogal kritisch. Quaedvlieg stelt dat de rechter door het arrest van 18 september 2014 bij de toepassing van de absolute weigeringsgronden nu een ongekend ruime armslag geniet. Visser betoogt dat het arrest vermoedelijk “de doodsteek” is voor het vormmerk en dat merkgemachtigden adviseren het vormmerk “gewoon links te laten liggen” . Elders schrijft hij dat het arrest duidelijk maakt dat het merkenrecht slechts zeer beperkt van toepassing is op toegepaste kunst.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a4f0defa46125c06980b2d0b2fe55d84c3cff8ca587e451a298d635855a45ea5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a4f0defa46125c06980b2d0b2fe55d84c3cff8ca587e451a298d635855a45ea5, en de alinea staat in dat document op bytes 48181 tot 49011.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a4f0defa46125c06980b2d0b2fe55d84c3cff8ca587e451a298d635855a45ea5 | shasum -a 256