Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 maart 2020

Onder 3.30 Parket bij de Hoge Raad 27 maart 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:391.

De logische consequentie van het voorgaande is dat na het verbindend worden van de slotuitdelingslijst de schuldeiser alert dient te zijn op het eindigen van die verlengingsgrond (waar van toepassing) en dat dan na ommekomst van die zes maanden de verjaringstermijn ten aanzien van die rechtsvordering meteen of op een later moment daadwerkelijk voltooiing kan vinden met als gevolg dat die rechtsvordering is verjaard, wat insluit dat niet tijdig stuiting door de schuldeiser heeft plaatsgevonden. Ik zie geen goede reden om zo’n schuldenaar (die niet is opgehouden te bestaan als gevolg van de afwikkeling van het faillissement) na die periode de mogelijkheid te ontnemen weer ‘gewoon’ een valide verjaringsverweer te voeren, of om van diens schuldeiser na dat einde van het faillissement per het verbindend worden van de slotuitdelingslijst (waardoor hij zijn rechten jegens de schuldenaar weer kan uitoefenen als bedoeld in art. 195 Fw) niet te verlangen dat hij weer ‘gewoon’ let op de verjaring van zijn rechtsvordering. Gelet op het voorgaande, pakken het aldus eindigen van de in art. 36 Fw bedoelde verlengingsgrond en de logische consequentie daarvan in dat post-faillissement tijdperk m.i. redelijk uit voor zowel de schuldenaar als de schuldeiser.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7ab62cb2ae0ee4120d6637c0a13249b63460319d859833dbb4c703547fd0870. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7ab62cb2ae0ee4120d6637c0a13249b63460319d859833dbb4c703547fd0870, en de alinea staat in dat document op bytes 136113 tot 137459.