Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 maart 2020

Onder 2.9 Parket bij de Hoge Raad 27 maart 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:391.

- In rov. 7.4 citeert het hof rov. 3.3.2-3.3.3 uit het […] /Rabobank -arrest van de Hoge Raad, gevolgd in rov. 7.4.1-7.4.2 door een weergave van de standpunten van Rabobank en [eisers] ten aanzien van voornoemde vraag. In rov. 7.4.3-7.4.7 (eerste zin) volgt de beoordeling door het hof van voornoemde vraag met inachtneming van die standpunten ter zake van partijen, uitmondend in de conclusie dat de vordering van Rabobank op [C] Holding niet is verjaard. Daarbij gaat het hof ervan uit – als niet in geschil tussen partijen – dat [C] Holding vanaf 20 juli 2012 is opgehouden te bestaan, en baseert het hof zich mede op art. 36 Fw, art. 137c Fw, art. 137g Fw, art. 193 Fw en art. 194 Fw, in verbinding met art. 3:320 BW, waaruit volgt dat een lopende verjaringstermijn niet afloopt zolang een vereffening in faillissement niet is heropend op de voet van art. 194 Fw.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7ab62cb2ae0ee4120d6637c0a13249b63460319d859833dbb4c703547fd0870. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7ab62cb2ae0ee4120d6637c0a13249b63460319d859833dbb4c703547fd0870, en de alinea staat in dat document op bytes 28599 tot 29519.