Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 maart 2020
Onder 3.2 Parket bij de Hoge Raad 27 maart 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:391.
“Om rechtsverwerking te kunnen aannemen is nodig dat de rechthebbende zich heeft gedragen op een wijze die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onverenigbaar is met het vervolgens geldend maken van zijn recht of bevoegdheid. Naar vaste rechtspraak van de Hoge Raad is enkel tijdsverloop daarvoor onvoldoende. Er moet sprake zijn van bijzondere omstandigheden op grond waarvan bij de wederpartij gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat de rechthebbende zijn aanspraak niet meer geldend zal maken, of waardoor de positie van de wederpartij onredelijk verzwaard of benadeeld zou worden indien het recht of de bevoegdheid alsnog geldend wordt gemaakt (vgl. onder meer HR 24 april 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2635, NJ 1998/621 en HR 18 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY0543, NJ 2013/317). Tijdsverloop kan wel als een van de relevante omstandigheden meewegen bij beoordeling van de vraag of de rechthebbende zich heeft gedragen op een wijze die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onverenigbaar is met het vervolgens geldend maken van zijn recht of bevoegdheid”.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7ab62cb2ae0ee4120d6637c0a13249b63460319d859833dbb4c703547fd0870. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7ab62cb2ae0ee4120d6637c0a13249b63460319d859833dbb4c703547fd0870, en de alinea staat in dat document op bytes 33836 tot 34929.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d7ab62cb2ae0ee4120d6637c0a13249b63460319d859833dbb4c703547fd0870 | shasum -a 256