Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 maart 2020

Onder 3.3 Parket bij de Hoge Raad 27 maart 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:391.

In onderdeel 1 klaagt [eisers] dat het oordeel van het hof in rov. 3.7.3 tussenarrest, inhoudend “dat ook als Rabobank de afspraak om eerst een onderzoek te verrichten naar de verhaalbaarheid van haar schade op [H] niet serieus heeft genomen, dit niet meebrengt dat [eiser 1] erop mocht vertrouwen dat Rabobank haar aanspraak uit hoofde van de borgtocht niet meer geldend zou maken”, getuigt van een te terughoudende toepassing van de vereisten voor rechtsverwerking, althans niet zonder meer begrijpelijk is. Daartoe voert [eisers] aan dat niet in geschil is dat Rabobank eerst onderzoek zou doen naar de verhaalbaarheid van haar schade op [H] en pas daarna zou beslissen om al dan niet [eiser 1] aan te spreken, en dat hiervan uitgaande niet valt in te zien waarom [eiser 1] er dan niet op mocht vertrouwen dat Rabobank in ieder geval niet zonder een deugdelijk (serieus) onderzoek naar de verhaalbaarheid van haar schade op [H] – welk onderzoek, naar in cassatie moet worden aangenomen, Rabobank niet (serieus) heeft verricht en dat vanwege de verjaring van een eventuele vordering op [H] ook zinloos is geworden – zou overgaan tot het uitwinnen van de borgtocht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7ab62cb2ae0ee4120d6637c0a13249b63460319d859833dbb4c703547fd0870. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7ab62cb2ae0ee4120d6637c0a13249b63460319d859833dbb4c703547fd0870, en de alinea staat in dat document op bytes 35322 tot 36582.