Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 maart 2020
Onder 3.4 Parket bij de Hoge Raad 27 maart 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:391.
- [eiser 1] mocht op grond van deze op 3 september 2010 en 26 januari 2011 tussen partijen gemaakte ‘afspraak’ weliswaar erop vertrouwen dat indien Rabobank haar schade volledig zou kunnen verhalen op [H] , de Rabobank de borgtocht niet zou uitwinnen. Dit feit op zich betekent echter niet dat [eiser 1] gerechtvaardigd erop mocht vertrouwen dat Rabobank haar aanspraak op [eiser 1] uit hoofde van de borgtochtovereenkomst dus niet meer geldend zou maken. Eén en ander stond of viel immers met het antwoord op de vraag of de Rabobank haar schade ook daadwerkelijk op [H] kon verhalen. Dat zulks het geval was heeft [eisers] niet voldoende onderbouwd. [eisers] stelt slechts dat Rabobank vermoedelijk de afspraak niet serieus heeft genomen, doch dit enkele feit, indien al juist, kan voormelde conclusie niet dragen. Zie rov. 3.7.3 (tweede alinea) tussenarrest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7ab62cb2ae0ee4120d6637c0a13249b63460319d859833dbb4c703547fd0870. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7ab62cb2ae0ee4120d6637c0a13249b63460319d859833dbb4c703547fd0870, en de alinea staat in dat document op bytes 41634 tot 42576.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d7ab62cb2ae0ee4120d6637c0a13249b63460319d859833dbb4c703547fd0870 | shasum -a 256