Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 april 2020
Onder 3.5 Parket bij de Hoge Raad 17 april 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:393.
Het eerste lid geeft de hoofdregel weer dat op een onrechtmatige daad van toepassing is het recht van de staat op het grondgebied waarvan de daad heeft plaatsgevonden ( lex loci delicti ). Het tweede lid geldt als uitzondering op de hoofdregel. Het bepaalt dat de toepassing van de lex loci delicti achterwege blijft in het geval van een meervoudige locus, waarbij de onrechtmatige handeling in de ene staat wordt verricht ( Handlungsort ) en de schade in een andere staat is opgetreden ( Erfolgsort ). In dat geval is het recht van het Erfolgsort van toepassing ( lex loci damni ). Aan de toepassing van het recht van het Erfolgsort is echter, in een ‘tenzij-bepaling’ aan het slot van het tweede lid, een onvoorzienbaarheidsexceptie gekoppeld: indien de dader redelijkerwijs niet heeft kunnen voorzien dat zijn daad in het Erfolgsort zou inwerken, blijft toepassing van het recht van de lex loci damni achterwege. Het ligt op de weg van de dader daarvan bewijs te leveren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/978367e89971ec02296ab126292b90a28234f7f458629b86727f8a9a53414c63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 978367e89971ec02296ab126292b90a28234f7f458629b86727f8a9a53414c63, en de alinea staat in dat document op bytes 30233 tot 31531.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/978367e89971ec02296ab126292b90a28234f7f458629b86727f8a9a53414c63 | shasum -a 256