Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Onder 4.12 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:412.

Tot op heden heeft het EHRM in twee categorieën van gevallen extraterritoriale rechtsmacht aanvaard. Deze twee categorieën, uiteengezet in het overzichtsarrest Al-Skeini e.a./Verenigd Koninkrijk , hebben met elkaar gemeen dat zij betreffen ‘acts of the Contracting States performed, or producing effects, outside their territories’. Het EHRM spreekt in dit verband van extra-territorial acts die leiden tot an exercise of jurisdiction . Steeds zijn echter de bijzondere omstandigheden van het geval bepalend. Niet alle acties die plaatsvinden of effect sorteren buiten het eigen grondgebied leiden dus tot rechtsmacht; het uitgangspunt is integendeel dat ze dat niet doen en dat het ontstaan van extraterritoriale rechtsmacht uitzonderlijk is. De achtergrond van deze rechtspraak heeft het Hof als volgt omschreven:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7, en de alinea staat in dat document op bytes 82165 tot 83358.