Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Onder 4.25 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:412.

Intussen geldt dat een geval vergelijkbaar met dat van Eiseressen en hun kinderen nimmer door het EHRM is beslist. Zekerheid dat het Hof de koers niet enigszins zal kunnen verleggen, is er niet. Het is niet bij voorbaat ondenkbaar dat een nieuwe uitzondering op het territorialiteitsbeginsel wordt aanvaard. Wel is alleszins aannemelijk dat dan ten volle zal blijven gelden dat zo’n uitzondering een bijzondere rechtvaardiging behoeft in de individuele omstandigheden van het geval en aan uitzonderlijke gevallen voorbehouden zal blijven (hiervoor 4.11). Eiseressen hebben in dit geding hun individuele omstandigheden echter juist grotendeels níét uiteengezet (hiervoor 3.15 e.v.); ook hebben zij in cassatie geen klacht opgeworpen die naar de individuele omstandigheden van sommige van Eiseressen en hun kinderen verwijst (hiervoor 3.18). Kortom, mijns inziens kan in dit geding ook de meest ruimhartige uitleg van het vereiste van rechtsmacht Eiseressen niet baten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7, en de alinea staat in dat document op bytes 102714 tot 103768.