Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020
Onder 5.1 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:412.
Reeds vóór het bekende arrest Lindenbaum/Cohen (1919) is door de Hoge Raad in het (iets minder bekende) arrest Noordwijkerhout/Guldemond (1915) aangenomen dat de burgerlijke rechter bevoegd is om te oordelen over vorderingen uit hoofde van onrechtmatige overheidsdaad. Een dergelijke vordering kan onder meer de vorm hebben dat de rechter wordt gevraagd onrechtmatig handelen of nalaten van de overheid te verbieden en/of de overheid te gebieden te doen wat zij volgens het recht verplicht is te doen (art. 3:296 BW). Dat de rechtmatigheid van overheidshandelen inderdaad bij een onafhankelijke rechter ter discussie kan worden gesteld en dat ook aan de overheid door de rechter een gebod of bevel kan worden opgelegd, zijn wezenlijke elementen van onze staatsinrichting, die direct verband houden met het concept van de rechtsstaat. In de rechtsstaat is eenieder aan het recht onderworpen, ook de overheid. Bij de beoordeling van het overheidshandelen houdt de rechter intussen rekening met de bijzondere positie van de overheid als behartiger van het algemeen belang. De beoordeling van wat de overheid volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt (in de zin van art. 6:162 lid 2 BW), geschiedt dus ten dele aan de hand van bijzondere maatstaven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7, en de alinea staat in dat document op bytes 108519 tot 110065.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7 | shasum -a 256