Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Onder 6.5 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:412.

In dit verband merk ik nog op dat de Hoge Raad in het arrest Mothers of Srebrenica tot ‘uitgangspunt’ heeft genomen dat de in het EVRM en het IVBPR neergelegde normen die strekken tot bescherming van het recht op leven en de integriteit van het menselijk lichaam, ook besloten liggen in de nationale zorgvuldigheidsnorm. Vanwege dit uitgangspunt maakte het in die zaak voor de rechtmatigheidstoetsing ‘geen verschil’ of en in hoeverre Nederland ter plaatse rechtsmacht had in de zin van het EVRM en het IVBPR (die rechtsmacht, in de zin van effective control , was voor de relevante periode vastgesteld voor de gedragingen van Dutchbat binnen de compound, maar niet voor die daarbuiten ). Dit uitgangspunt berustte echter op een bijzonderheid van díé zaak, want was het gevolg van de omstandigheid dat door de Staat tegen het oordeel in die zin van het gerechtshof, in cassatie geen klacht was opgeworpen (vergelijk hiervoor 3.2). Uit het arrest Mothers of Srebrenica van de Hoge Raad kan dus niet worden afgeleid dat inderdaad de bedoelde normen uit het EVRM en het IVRK, ook bij gebreke van rechtsmacht in de zin van die verdragen, tóch (anders dan volgt uit wat onder 6.3 en 6.4 is gezegd) ten volle in de zorgvuldigheidsnorm van art. 6:162 lid 2 BW besloten liggen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7, en de alinea staat in dat document op bytes 154519 tot 156113.