Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Onder 6.8 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:412.

Indien en voor zover objectieve aanknopingspunten voor de (verdere) invulling van ongeschreven zorgvuldigheidsnormen ontbreken, zal de rechter – mede gelet op het verbod van rechtsweigering (art. 13 Wet AB) – moeten terugvallen op een afweging van de belangen, zoals die in de procedure zijn gebleken. De invulling van de zorgvuldigheidsnorm krijgt dan een sterk gevalsgebonden karakter. Onder meer de welbekende factoren van het Kelderluik -arrest fungeren daarbij als een zinvol stramien voor de beredeneerde belangenafweging die de rechter dient uit te voeren. Ook in het Kalimijnen -arrest, dat het gerechtshof Den Haag tot uitgangspunt heeft genomen, had de zorgvuldigheidstoetsing het karakter van een contextgebonden belangenafweging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7, en de alinea staat in dat document op bytes 157821 tot 158903.