Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Onder 6.13 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:412.

Volgens art. 2 van de beide Weense verdragen worden diplomatieke en consulaire betrekkingen aangegaan op basis van mutual consent . Staten zijn dus vrij om al dan niet diplomatieke en/of consulaire betrekkingen met elkaar aan te gaan. Wederzijdse erkenning is daarvoor een noodzakelijke voorwaarde. Zonder diplomatieke en/of consulaire betrekkingen kunnen staten geen formeel overheidsgezag uitoefenen over onderdanen op het grondgebied van een andere staat en de belangen van die onderdanen niet behartigen. In de praktijk is zulke belangenbehartiging ook zonder formele betrekkingen veelal toch mogelijk door tussenkomst van andere staten of internationale organisaties.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7, en de alinea staat in dat document op bytes 162516 tot 163363.