Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Onder 6.14 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:412.

Volgens het diplomatiek gewoonterecht kan een staat wiens onderdaan het slachtoffer is geworden van een internationale onrechtmatige daad van een andere staat diplomatic protection uitoefenen. Dit is vastgelegd in de (niet bindende, maar wel gezaghebbende) Draft Articles on Diplomatic Protection van de International Law Commission (ILC) van de Verenigde Naties. Volgens deze regeling houdt het uitoefenen van diplomatieke bescherming in dat eerstgenoemde staat laatstgenoemde staat aansprakelijk stelt voor de door zijn onderdaan geleden schade (art. 1). De onderdaan die het betreft, staat hier volkenrechtelijk bezien buiten: het is de betrokken staat aan wie het recht toekomt om diplomatieke bescherming uit te oefenen (art. 2). Van oudsher wordt aangenomen dat dit een discretionaire bevoegdheid van de betrokken staat betreft. De toelichting bij de ILC-artikelen bevestigt dit met zoveel woorden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7, en de alinea staat in dat document op bytes 163427 tot 164740.