Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Onder 6.21 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:412.

In de literatuur is, onder verwijzing naar de zojuist genoemde rechtspraak van het gerechtshof Den Haag, betoogd dat de Staat zich het lot van Nederlandse IS-uitreizigers in Syrië, en van hun minderjarige kinderen in het bijzonder, zou moeten aantrekken. Zoals blijkt uit de repatriëring van twee Nederlandse weeskinderen (hiervoor 3.28) verricht de Staat in voorkomende gevallen inderdaad diplomatieke/consulaire inspanningen met het oog op repatriëring. Of de Staat daartoe ook gehouden is op grond van een aan de uitreizigers en/of hun kinderen toekomend recht op diplomatieke en/of consulaire bijstand, kan volgens de huidige stand van het recht slechts van geval tot geval worden beoordeeld, rekening houdend met de specifieke omstandigheden waarin de betrokkenen zich bevinden en de overige bij de repatriëring betrokken belangen. Daarbij zal ook rekening moeten worden gehouden met de omstandigheid dat Nederland geen diplomatieke banden met Syrië onderhoudt, wat repatriëring (niet uitsluit maar wel) in praktische en diplomatieke zin bemoeilijkt. In de onderhavige zaak zijn de individuele omstandigheden van de verschillende IS-uitreizigers en van hun kinderen echter niet uiteengezet, en in ieder geval in cassatie ligt alleen nog de vraag voor of de Staat Eiseressen en hun kinderen tezamen actief behoort te repatriëren (hiervoor 3.16 e.v.).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7, en de alinea staat in dat document op bytes 170714 tot 172321.