Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Onder 6.29 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:412.

Ik meen dat het verband tussen de Osman-obligation en het vereiste van rechtsmacht (hoofdstuk 4) sterk is. Omdat een verdragsstaat gehouden is om voor eenieder die zich binnen zijn rechtsmacht bevindt, het recht op leven te waarborgen, dient hij, indien daar redelijkerwijs aanleiding voor bestaat, daartoe alles te doen wat redelijkerwijs mogelijk is. Ervan uitgaande dat die rechtsmacht in de gevallen van de IS-uitreizigers en hun kinderen ontbreekt, hebben de positieve verplichtingen uit het EVRM geen rechtstreekse gelding. Intussen zullen civiele juristen de nodige overeenstemming opmerken tussen de Reasonable Knowledge and Means test en de nationale kelderluikcriteria, zoals gangbaar bij toepassing van de nationale zorgvuldigheidsnorm van art. 6:162 BW (hiervoor 6.8). Het bereik van die nationale norm vindt geen beperking in een vereiste van rechtsmacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7, en de alinea staat in dat document op bytes 182341 tot 183356.