Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Onder 6.35 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:412.

Is een gezichtspunt of de IS-uitreizigers en hun kinderen ouders respectievelijk grootouders in Nederland hebben? Het recht op family life (art. 8 EVRM) ziet inderdaad mede op de banden tussen uitwonende kinderen en hun ouders en tussen kleinkinderen en grootouders, maar deze banden zijn wel van wezenlijk andere aard en hebben een ander gewicht dan die tussen hen die in gezinsverband samenwonen. Eventueel zijn bijzonderheden denkbaar, bijvoorbeeld in de zin van kleinkinderen die een tijdlang in het gezin van hun grootouders zijn opgevoed. Door het tijdsverloop sinds hun uitreizen naar Syrië of Irak, zal echter ook het belang van een dergelijke bijzonderheid inmiddels sterk zijn afgenomen. Het valt daarom mijns inziens niet te verwachten dat het gezichtspunt in veel gevallen een rol van betekenis zal kunnen spelen. Hoe dan ook, Eiseressen hebben hun vorderingen niet mede gebaseerd op de banden met in Nederland zich bevindende familieleden, zodat het in deze zaak niet speelt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7, en de alinea staat in dat document op bytes 189293 tot 190458.